Nieuwe hoogleraar translationele medische oncologie: prof. dr. Winette Van der Graaf

‘Adolescenten vallen nu tussen wal en schip’

Per 1 maart jl. is prof. dr. Winette van der Graaf aangetreden in het UMC St Radboud als hoogleraar translationele medische oncologie. Binnen de interne kliniek is Van der Graaf de eerste vrouw op een hoogleraarpost. De translationele medische oncologie richt zich binnen de oncologie op de vertaalslag van (nieuwe) bevindingen onder andere in het laboratorium naar de patiënt en omgekeerd. Steeds meer volwassen patiënten met kanker kunnen, ook indien zij niet te genezen zijn, dankzij nieuwe behandelingsmogelijkheden langer leven. De keerzijde daarvan is dat patiënten nieuwe bijwerkingen van therapie kunnen ervaren.

Mens achter de cellen

Uit het CV van Van der Graaf komt haar passie voor patiëntenzorg en wetenschap duidelijk naar voren. “Na mijn arts-examen in 1986 ben ik in opleiding tot internist gekomen in Groningen. Na afronding daarvan promoveerde ik op het onderzoek ‘Multidrug resistentie in kanker’. De aantekening oncologie volgde in 1993.

Vanaf 1992 werkte ik als staflid bij de Medische oncologie in het Academisch Ziekenhuis in Groningen. In 2000 werd ik universitair hoofddocent; in de loop der jaren heb ik de mogelijkheid gehad veel promovendi te begeleiden. Deze onderzoeken betroffen zowel onderwerpen vanuit het lab als de kliniek. In maart 2007 ben ik als hoogleraar translationele medische oncologie op de afdeling medisch oncologie van het UMC St Radboud aangesteld met opleidende taken”.

Hoewel Van der Graaf een ruime ervaring heeft in het meer basale onderzoek, is het niet gerechtvaardigd om haar passie voor de medische oncologie uitsluitend te duiden vanuit het laboratorium. Juist de mens achter de cellen, weet haar te boeien. Dat blijkt uit de manier waarop ze over patiënten praat, maar ook uit de vele onderzoeken waarbij psychosociale zorg aan oncologiepatiënten centraal staat. Een voorbeeld is het KWF- onderzoek ‘The Impact of parental cancer on children’, waarbij de mogelijke psychosociale gevolgen van kanker bij een ouder bij kinderen onderzocht is.

Onlangs heeft Van der Graaf samen met dr. Judith Prins van de afdeling medische psychologie van het UMC St Radboud en dr. Gea Huizinga, vanuit de afdeling medische psychologie in het UMCG, een onderzoeksaanvraag bij KWF ingediend met als onderwerp ‘Impact van kanker op adolescenten en jongvolwassenen’.

Kenniscentrum voor jongvolwassenen

Van der Graaf legt uit waarom adolescenten met kanker haar speciale interesse hebben: “In Groningen behoorde het sarcoom tot mijn aandachtsveld. Dan heb je veel te maken met jongvolwassenen: mensen tussen de 16 en de 30 jaar, in de bloei van hun leven, die op het punt staan om belangrijke beslissingen in hun leven te nemen: op het gebied van studie, relatie en zelfstandig wonen.

Deze groep patiënten valt nu tussen wal en schip: te oud voor de specifieke kinderoncologische zorg, raken ze verspreid over vele afdelingen die zich bezig houden met oncologische zorg voor volwassenen van 16 – 90 jaar. Daarmee is meteen helder dat specifieke expertise voor deze leeftijdsgroep binnen de diverse afdelingen lastig op te bouwen is. Bovendien neemt de verscheidenheid aan diagnoses in de leeftijdsgroep tussen de 16 en 30 jaar sterk toe. Het gaat gelukkig om relatief weinig mensen (red.: in 2003 waren er landelijk 966 jong volwassenen in de leeftijd 15 – 29 met kanker, bron: Kankerregistratie www.ikcnet.nl) met een gemiddelde hoge curatiekans. Daarmee is het des te belangrijker aandacht te hebben voor de late effecten van de diagnose en behandeling van kanker.

Adolescenten hebben te maken met specifieke lichamelijke en geestelijke problematiek. Door de behandeling zijn ze bijvoorbeeld onvruchtbaar geworden, terwijl er wel een kinderwens bestaat. Ook het vroeg geconfronteerd worden met de eindigheid van het leven, heeft invloed op hoe men in het leven staat.

Daarnaast blijkt dat een relatief groot aantal later een tweede tumor krijgt. Ik zou graag willen onderzoeken of we ‘risicoprofielen’ kunnen maken en vervolgens ‘tailor made’ ondersteunende zorg kunnen bieden. In Engeland worden de jongvol- wassenen in speciale units behandeld binnen het ziekenhuis, met een multidisciplinair team van zorgverleners. In Nederland is er nog weinig specialisme opgebouwd rondom deze patiëntengroep en hun specifieke problematiek. Iedereen zoekt op ad hoc basis fragmentarisch zaken uit. Ik zou graag zien dat er een kenniscentrum voor jongvolwassenen wordt opgezet, waar kennis gebundeld en dus vervolgens weer uitgedragen kan worden”, pleit de nieuwe hoogleraar.

Kenniscentrum sarcomenzorg in Nijmegen opzetten.

“Hersentumoren, mammacarcinomen en sarcomen zullen ook tot mijn aandachtsgebied hier in Nijmegen behoren. Dat betreft niet alleen de klinische zorg, maar ook het onderzoek. Wat betreft de neuro-oncologie zal ik mijn onderzoek richten op translationeel onderzoek, met als doel om onder andere bevindingen vanuit het laboratorium en de pathologie te vertalen naar de klinische setting. Ook hoop ik door samenwerking met de collega’s van afbeeldend onderzoek een vroege voorspelling te kunnen doen van het nut van de werking van bepaalde behandelingen.

Op het gebied van het mammacarcinoom kan onderzoek – dat ik nu nog begeleid in Groningen – in Nijmegen voortgezet en uitgebreid worden en samenwerking met diverse afdelingen binnen het Radboud ziekenhuis biedt hiertoe prima mogelijkheden.

Voor zeldzame tumoren als sarcomen zou ik willen pleiten voor centralisatie van de behandeling. Zorg voor deze patiënten vereist bij uitstek een multidisciplinair behandelingsteam met ervaring op dit gebied. Mensen met een bottumor worden nu eigenlijk al standaard verwezen naar het Radboud. Voor weke delen sarcomen geldt dit jammer genoeg niet, want alleen door kennis te bundelen, kunnen we een stap verder komen, ook voor deze groep patiënten. Bovendien is er interessant en relevant translationeel onderzoek aan te koppelen, maar dat kun je natuurlijk niet doen als de aantallen patiënten veel te klein zijn. Het feit dat we in korte tijd zoveel verder zijn gekomen met kennis over een nieuwe therapie bij gastrointestinale stromatumoren (weke delen sarcomen die vooral in de buik voorkomen) is louter te danken aan actieve deelname aan onderzoek door de vele academische centra in Europa. En daar profiteren de volgende patiënten weer van.

Tumorspecifieke consulten

Van der Graaf zal ook als consulent medische oncologie de regionale ziekenhuizen bezoeken in de IKO-regio. In de IKN-regio was ze ook lange tijd actief als consulent. Ze heeft een uitgesproken mening over het consulentschap. “Ik denk dat de oncologiebrede consulenten op termijn niet meer haalbaar zijn. De ontwikkelingen gaan snel, het wordt te gespecialiseerd. We moeten toe naar tumorspecifieke consulten. Je zou zo’n patiëntbespreking per aandachtsgebied regionaal kunnen aanpakken met behulp van videoconferencing”.

Tot slot benadrukt Van der Graaf het belang van een goede samenwerking met de regio: “Het UMC St Radboud en de regionale ziekenhuizen hebben elkaar nodig. Ze vullen elkaar uitstekend aan. Ik hoop dan ook van harte dat het IKO deze regionale samenwerking blijft faciliteren in de toekomst”.

2 reacties naar “Nieuwe hoogleraar translationele medische oncologie: prof. dr. Winette Van der Graaf”

  1. Bauke zegt:

    Zelf ga ik nu in behandeling bij professor van der Graaf. Als ik dit alles lees heb ik wel het idee dat ik bij haar echt in goede handen ben. Het is moeilijk dit alles te lezen en helaas hoor ik bij het kleine percentage jongeren met kanker. Als er mensen zijn die ook door haar zijn behandelt, kom ik graag met deze mensen in contact.

    Groetjes Bauke

    • Jasper zegt:

      Beste Bauke,

      Ik ben 26, heb een uitgezaaid weke delen-sarcoom, en vraag nu een tweede opinie aan in Rotterdam Daniël den Hoed na behandeld te zijn in LUMC Leiden. Wil je met mij e-mailen? Het is voor mij ontzettend moeilijk leeftijdsgenoten te vinden met kanker.

      Vriendelijke groet,
      Jasper

Trackbacks/Pingbacks


Reageer op dit bericht