Een prettig gesprek met Maarten van der Weijden

‘Het onwerkelijke gevoel is er nog steeds. Elke keer als ik ’s ochtends wakker word, ben ik bijna verbaasd dat ik in een ziekenhuisbed lig.’

Het mooie van je boek is dat de hoofdstukken om en om zijn geplaatst. Zodoende leest het lekker weg en wordt het niet eentonig. Heb je de opmaak van je boek zelf bedacht of kreeg je hulp van bijvoorbeeld je uitgever?
Maarten: “In eerste instantie heb ik het chronologisch geschreven en stonden de jeugdstukken wirwar door het ziekenhuisgedeelte. De uitgeverij raadde toen aan om het om en om te doen. Ik ben hiermee aan de slag gegaan en ze hebben me overtuigd dat het zo veel mooier was. Ik kan me voorstellen dat het ziekenhuisverhaal zonder de jeugdstukken wel erg zwaar wordt.”

Heel het boek, maar in het bijzonder de ziekenhuisperiode, heb je tot in detail beschreven. Beschik je over een fotografisch geheugen of heb je destijds een dagboek bijgehouden?
Maarten: “Ik heb geen dagboek bijgehouden. De ziekenhuisperiode is zo indrukwekkend voor me geweest dat ik veel dingen nog kan herinneren. Achteraf vind ik het ook veelzeggend welke dingen ik nog wel in detail weet, scènes met ziekenhuismaatjes of hallucinaties en contacten met artsen, maar bijvoorbeeld nooit uiterlijke kenmerken van artsen/omgevingen/ medepatiënten.”

Je bent zo’n beetje het boegbeeld van het KWF geworden. Wil je je er in de toekomst nog vaker voor inzetten zoals bijvoorbeeld de tegenprestatie uit je boek, of ben je op een ander niveau actief met het inzamelen van geld voor het KWF?
Maarten: “Ik zet me als vrijwilliger in voor KWF Kankerbestrijding. Zij mogen mijn imago en afbeelding gebruiken voor bijvoorbeeld de collectecampagnes. Vorig jaar hebben ze dit gedaan als radiospotje en dit jaar met posters. Daarnaast heb ik met KWF Kankerbestrijding contact over hoe ik mijn inzet voor hen het beste kan gebruiken. Ik ben bijvoorbeeld dit jaar twee dagen bij de samenloop voor hoop aanwezig geweest om mensen te steunen.”

Ging het schrijven van je boek je gemakkelijk af en hoe lang heb je over je boek gedaan?
Maarten: “Ik heb maanden nagedacht over hoe ik het verhaal wilde schrijven. Na drie maanden nadenken werd ik zo boos om mezelf dat ik nog nauwelijks iets echt op papier had dat ik het in één grote flow heb opgeschreven. Het duurde ongeveer 12 dagen en toen stond het hele verhaal. Daarna heeft het maanden geduurd om het verhaal te verbeteren en aan te passen.”

Beschouw je het boek als een afsluiter van je ziekteperiode om er daarna met de media niet meer over te praten, of vind je het beantwoorden van vragen over die periode onvermijdelijk en niet zo vervelend?
Maarten: “Ik vind het praten over mijn ziekte helemaal niet vervelend. Het is een nare periode geweest, maar ik heb er ook veel van geleerd. Bijvoorbeeld om mensen lief te hebben, deze lessen wil ik nooit meer vergeten en over deze periode praten, helpt mij hierbij. Daarnaast merk ik dat het mensen inspireert en steun geeft, dan is het voor mij een kleine moeite om mijn verhaal te vertellen.”

Eén reactie naar “Een prettig gesprek met Maarten van der Weijden”

  1. Miriam zegt:

    Remco, je wordt al een echte ster-reporter. Ik zie gelijk een nieuwe baan voor je in het verschiet (en als jij je nou ook eens even 12 dagen flink boos maakt hebben we straks een hele bijzondere bestseller). Maar ja, Remco boos krijgen, kan dat? Liefs Miriam

Trackbacks/Pingbacks


Reageer op dit bericht